VONK - Verenigde Organisaties voor de Nijmeegse Kinderopvang
Visie op kinderopvang en brede schoolontwikkeling

Keuzevrijheid in kinderopvang
Het is een verworvenheid binnen Nijmegen dat ouders kunnen kiezen voor een kinderopvang die aansluit bij hun wensen. Nijmegen kent meerdere kinderopvangorganisaties die elk vanuit hun eigen visie en uitgangspunten opvang bieden aan een groot deel van de Nijmeegse kinderen van 0 tot 12 jaar. Ouders kunnen daadwerkelijk een keuze maken en, leert de praktijk, zij doen dat ook. Ouders laten zich informeren, gaan meerdere kindercentra bekijken en kiezen uiteindelijk voor een kindercentrum dat aansluit bij hun wensen.
De partners die zich verenigd hebben in VONK onderschrijven het belang van keuzevrijheid voor ouders bij het zoeken naar een kindercentrum. Samen zetten zij zich in voor ouders en kinderen in Nijmegen, voor keuzevrijheid in de kinderopvang.

Onze uitgangspunten:
Elk kind is uniek, elk gezin is uniek en er leiden vele wegen naar Rome.
Elk kind heeft recht op zijn eigenheid en heeft recht op een speel- en leeromgeving waar het zich op een optimale manier kan ontwikkelen en ontplooien, met indien nodig extra zorg en ondersteuning.
Ouders hebben het recht te zoeken naar een kindercentrum dat aansluit bij hun ideeën en wensen met betrekking tot de opvoeding van hun kind.

Verschillen in kindercentra
Een kindercentrum kan zich op vele manieren onderscheiden. Er zijn verschillende gebieden waarop een kindercentrum beleidsmatige keuzes maakt, waardoor het ene kindercentrum het andere niet is. Dagindeling, leidsterinzet, groepsinrichting, openingstijden, flexibiliteit en prijsstelling zijn voorbeelden van praktische keuzes die worden gemaakt. Maar nog belangrijker -en onderscheidender- zijn de keuzes die een organisatie maakt in het pedagogisch beleid: hoe kijken we naar kinderen, wat willen we kinderen bieden, hoe gaan we met ze om?

Bij een rondgang langs een aantal kinderdagverblijven zie je duidelijk dat er grote verschillen zijn. De inrichting, de uitstraling, de benaderingswijze en de sfeer verschillen van dagverblijf tot dagverblijf. Jonge ouders laten zich -terecht- leiden door hun gevoel als zij een keuze maken voor een kinderopvang. Iets spreekt aan of niet en een kindercentrum wekt vertrouwen of niet. De partners van Vonk onderstrepen het belang van het vertrouwen dat ouders moeten hebben in de kinderopvang waarvan zij uiteindelijk gebruik gaan maken. De opvang van een jong kindje is een uitermate gevoelige en gevoelsmatige kwestie. Ouders hebben recht op een gerust gevoel! De mogelijkheid voor ouders op een bewuste manier een keuze te kunnen maken voor een dagverblijf, maakt het makkelijker hun kindje een beetje “los te laten” op het moment dat ze het naar de kinderopvang brengen. Het is namelijk een door henzelf gekozen en daarmee gecontroleerd loslaten, in tegenstelling tot een gedwongen loslaten in een omgeving die je opgedrongen wordt (bijvoorbeeld door gebrek aan keuzemogelijkheid). Dit is belangrijk voor een goede start van de opvang.

Ligging van kindercentra
Ouders van jonge kinderen baseren zich bij hun keuze voor een kinderdagverblijf op bovenstaande items, maar ook nog op een andere factor: de ligging van het kindercentrum. Een deel van de ouders kiest een kinderdagverblijf in de nabije omgeving. Met name praktische overwegingen spelen hierbij een rol. Beide partners kunnen brengen en halen, een buurvrouw kan je kindje ophalen als je een keer aan de late kant bent en je kindje groeit op met kindjes uit de buurt. Daarnaast zijn er echter ook ouders die hun kindje graag meenemen naar een kindercentrum in de buurt van hun werkplek. Jonge ouders hebben nog sterk de behoefte om hun kind bij zich in de buurt te houden. Ze vinden het prettig om snel bij hun kind te kunnen zijn als er wat is en ze hebben moeite met het nemen van -ook letterlijke- afstand. Voor moeders die borstvoeding willen geven is het zelfs een noodzakelijkheid om een kinderopvang te vinden nabij hun werklocatie. Je ziet, algemeen gesproken, met het toenemen van de leeftijd van een kind de binding steeds meer verschuiven van de ouders naar een plek in de wijk waar het kind opgroeit. Op de leeftijd dat een kind eenmaal naar school en eventueel de buitenschoolse opvang gaat, gebeurt dat in de regel in de wijk waar een kind woont (hoewel ook dan heel wat ouders best iets verder willen fietsen als er een verder weg gelegen school is waarvan zij denken dat die beter bij hun past).

Brede scholen
De brede schoolgedachte heeft als uitgangspunt het idee dat een kind van 0 tot 12 jaar via een doorlopende lijn gevolgd en begeleid kan worden in zijn ontwikkeling. Het is een groot goed als de informatie die over een kind is verzameld in de voorschoolse periode wordt doorgegeven aan de basisschool. De ontwikkeling van een kind begint natuurlijk niet pas bij 4 jaar! Daarnaast is er veel te zeggen voor een goede samenwerking tussen basisschool en buitenschoolse opvang bij het volgen en begeleiden van kinderen.
De invulling die vrij algemeen aan het brede school-principe wordt gegeven is dat men streeft naar het clusteren van deze voorzieningen in één gebouw. Hier zijn positieve kanten aan: overleg kan informeler plaatsvinden, mensen van samenwerkende organisaties kennen elkaar goed en kinderen zijn bij overgangen al bekend met het gebouw waarin zij verblijven. Waar clustering van alle faciliteiten echter aan voorbijgaat is het gegeven dat ouders bij de keuze voor een kinderopvang zich niet in eerste instantie laten leiden door de ligging van de kinderopvang nabij hun woonplek. In de praktijk betekent dit dat een groot deel van de kinderen die instromen op de basisschool weliswaar gebruik heeft gemaakt van een voorschoolse voorziening, maar niet van de voorziening die in de brede school is gevestigd. Om recht te doen aan de brede schoolgedachte met betrekking tot overdracht en doorlopende leerlijnen, zal er dus ook buiten de brede school samenwerking gezocht moeten worden. Daarnaast is er het risico dat kinderopvang in de brede school, met name voor jonge kinderen, op ouders de indruk maakt van “groots” en onpersoonlijk. Jonge ouders blijken vaak waarde te hechten aan een overzichtelijke, afgebakende plek voor de opvang van hun kindje. In dit kader is eigenheid en zelfstandigheid een belangrijk onderscheidend en aantrekkelijk punt bij de keuze voor een kinderopvangvoorziening. Voor de buitenschoolse opvang geldt dit in veel gevallen ook: Er zijn veel ouders die opvang in hetzelfde gebouw erg prettig vinden: kinderen hoeven niet vervoerd te worden en overleg tussen school en buitenschoolse opvang kan laagdrempelig plaatsvinden. Daarnaast is er een grote groep ouders die er, als de mogelijkheid bestaat, opvallend vaak voor kiest om hun kind juist buiten de schoolmuren op te laten vangen, bijvoorbeeld omdat ze het belangrijk vinden dat er een scheiding voelbaar is tussen “schooltijd” en “vrije tijd”.

Al met al kunnen we concluderen dat clustering van voorzieningen veel mogelijkheden en voordelen biedt, maar dat in de praktijk blijkt dat een grote groep mensen, om verschillende redenen, andere motieven en gevoelens heeft bij het maken van keuzes, die niet stroken met het idee van clustering.

De brede schoolgedachte
Als we bovenstaande als gegeven accepteren, dan kunnen we zoeken naar mogelijkheden om recht te doen aan de brede schoolgedachte van samenwerking, overdracht en doorlopende leerlijn, zonder dat daarbij per definitie wordt uitgegaan van clustering van specifieke voorzieningen in één gebouw. Als scholen en kinderopvangaanbieders zich richten op samenwerking en gegevensoverdracht met verschillende organisaties, dan doet dat recht aan het gegeven dat ouders hun eigen afwegingen maken bij het kiezen van een kinderopvangorganisatie, waarbij verschillende argumenten doorslaggevend kunnen zijn. Het is de taak van de scholen en de kinderopvangaanbieders om de zorg voor alle kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd optimaal te regelen. Het ligt daarom voor de hand om op gemeentelijk niveau initiatieven te ontwikkelen en activiteiten te stimuleren die de grenzen van samenwerking op locatie overschrijden.

VONK, mei 2011